Meubels met toekomst: hoe Ahrend werkt aan circulaire interieur - PIP #CE3 Dionne Ewen, Ahrend
Meubels met toekomst: hoe Ahrend werkt aan circulaire meubels
Wat als een kantoorstoel niet automatisch wordt vervangen, maar opnieuw wordt ingezet? Kan het nog mee? Moet het opnieuw gestoffeerd worden? Zijn onderdelen te hergebruiken? En wat betekent dat voor de manier waarop bedrijven ontwerpen, inkopen en samenwerken?
In deze aflevering van de Positieve Impact Podcast spreken we met Dionne Ewen van Koninklijke Ahrend. Ahrend is een wereldwijd bedrijf dat werkplekken ontwerpt en inricht. Dionne is verantwoordelijk voor duurzaamheid en werkt al jaren aan circulariteit. Deze aflevering gaat behalve meubels ook over wat er nodig is om circulariteit écht te laten werken in de praktijk.
Circulariteit hoger op de politieke agenda
Naast haar rol bij Ahrend is Dionne ook bestuurslid van de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie (NVCE), vanuit de overtuiging dat circulariteit niet alleen een verantwoordelijkheid van individuele bedrijven is. Voor opschaling zijn samenwerking, kennisdeling en regelgeving nodig.
Volgens Dionne wordt circulariteit nog te vaak gezien als iets sympathieks of innovatiefs, terwijl het in haar ogen een serieus economisch en industrieel vraagstuk is. Juist daarom vindt ze dat de circulaire economie hoger op de politieke agenda moet komen. Via de NVCE wil ze bijdragen aan een sterker geluid vanuit het bedrijfsleven richting beleidsmakers. Bedrijven laten gezamenlijk zien waar kansen liggen en waar wet- en regelgeving onvoldoende aansluit op de praktijk.
Dionne noemt verschillende ontwikkelingen die daarbij een rol spelen, zoals uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), ecodesign, het recht op reparatie (right to repair) en het digitale productpaspoort. Hoewel deze ontwikkelingen volgens haar belangrijke stappen zijn, ziet ze ook dat er nog te weinig aandacht is voor de businessmodellen die nodig zijn om circulariteit op grote schaal mogelijk te maken.
Haar boodschap aan bedrijven is dan ook duidelijk: sluit je aan bij brancheorganisaties en verenigingen die zich inzetten voor circulariteit, deel ervaringen en laat gezamenlijk horen dat de circulaire economie belangrijk is. Want hoe meer bedrijven hun stem laten horen, hoe groter de kans dat circulariteit niet langer een niche blijft, maar een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het economische beleid. De transitie naar een circulaire economie vindt niet alleen plaats in fabrieken, kantoren of productontwerpen, maar ook aan de overlegtafels waar de spelregels voor de toekomst worden bepaald.
Bovendien is circulariteit een gedragsvraagstuk. Producten worden steeds korter gebruikt en steeds sneller weggegooid. Hoe zorgen we ervoor dat bedrijven en consumenten andere keuzes maken? Volgens Dionne komen het psychologische, economische en maatschappelijke allemaal samen in de circulaire economie. Precies dat maakt het complex, maar ook relevant.
Opgeknapte meubels
Ahrend brengt jaarlijks ruim 70.000 refurbished meubels opnieuw de markt op. Dat zijn geen simpele tweedehands producten. De meubels worden gecontroleerd, gereinigd, aangepast of opnieuw gestoffeerd, zodat ze weer zo goed als nieuw zijn. Dat is belangrijk, want in de markt bestaan nog veel vooroordelen over hergebruik, terwijl er vaak meer kan dan mensen denken.
Ahrend heeft onder andere een circulaire hub in Veghel, waar producten op voorraad staan die zijn teruggekocht, uit lease zijn gekomen of via de markt zijn opgehaald. Die producten kunnen opnieuw worden ingezet bij klanten. Daarnaast is er een showroom om te laten zien wat er circulair mogelijk is met meubels.
De uitdagingen van refurbishen
De prijs
Het voelt misschien tegenstrijdig, maar reburbished meubels zijn niet altijd goedkoper. Het materiaal is al, maar juist bij refurbishment komt veel arbeid kijken. Meubels moeten gecontroleerd worden, schoongemaakt, eventueel opnieuw gestoffeerd en soms technisch aangepast. In Nederland, met relatief hoge lonen en arbeidstekorten, is dat een belangrijke uitdaging.
Daarmee raakt het gesprek aan een grotere vraag: hoe maken we circulariteit schaalbaar? Want voor tien stoelen per week investeer je niet in robots, automatisering of slimme processen. Daarvoor zijn volume en voorspelbaarheid nodig.
Voorspelbaarheid
Het lineaire proces is overzichtelijk. Materialen komen binnen, producten worden gemaakt, gecontroleerd en geleverd. Bij een circulair proces is dat anders. Steeds is de vraag wat er terugkomt aan meubels. Soms verwacht je veertig stoelen van één type, maar blijken het er dertig te zijn of is het toch een ander model. Soms is een product nog prima te reinigen en opnieuw te gebruiken, soms moet bijna alles vervangen worden en soms is het niet meer de moeite waard. Dat maakt planning lastig. En juist planning, standaardisatie en volume zijn nodig om circulair werken efficiënter te maken. Volgens Dionne zouden meer maakbedrijven circulair kunnen omschakelen als ze zeker weten dat producten terugkomen. Dan ontstaat volume en kunnen onderdelen opnieuw in het productieproces worden meegenomen.
Inzichten voor klimaatwinst
Hoewel circulariteit praktisch uitdagend is, is de potentiële impact groot. Ahrend rekent met LCA’s de milieubelasting van producten door. Dat doen ze niet alleen voor nieuwe producten, maar ook voor scenario’s waarin meubels worden hergebruikt of refurbished.
De impact van hergebruik is groot. Volgens Dionne zien klanten gemiddeld 50-65% minder CO₂-uitstoot wanneer zij meubels hergebruiken in plaats van alles nieuw te kopen. Voor bedrijven met klimaatdoelen kan circulaire kantoorinrichting dus een concrete stap zijn. Zeker wanneer organisaties toch gaan verhuizen, verbouwen of opnieuw inrichten.
Ook de keuze voor materiaal is groot. Ahrend werkt met onder andere Cradle to Cradle-certificering om naar materialen en chemische samenstellingen te kijken. Het principe daarachter is “waste is food”: afval moet weer voeding kunnen zijn voor een volgende cyclus. Ahrend heeft veel materialen uitgefaseerd en duurzame, veilige alternatieven ontwikkeld. Zo is er een poederlak ontwikkeld voor op staal die helemaal vrij is van chemicaliën die gevaarlijk kunnen zijn.
Begin klein, maar begin wel
Dionne geeft een duidelijke boodschap aan bedrijven die nog niet zo ver zijn: begin klein en start waar energie zit. Dat kan afval zijn, nieuwe materialen, productontwerp, service of levensduurverlenging. Zoek iets dat past bij het bedrijf en waar ook commercieel iets in zit. Kleine successen helpen om mensen enthousiast te krijgen.
Tegelijkertijd benadrukt ze dat bedrijven hun stem moeten laten horen. Via brancheverenigingen zoals FME of de NVCE kunnen bedrijven aangeven dat circulariteit belangrijk is en hoger op de politieke agenda moet.
Conclusie
In deze aflevering hoor je wat Ahrend al kan: ruim 70.000 meubels opnieuw inzetten, materialen doorrekenen, producten testen en klanten helpen om minder nieuw te kopen. Maar Dionne laat ook eerlijk zien wat nog moeilijk is. Circulariteit vraagt om schaal, voorspelbaarheid, samenwerking en beleid dat bedrijven helpt om circulaire businessmodellen echt waar te maken.
Of zoals de aflevering mooi samenvat: begin niet pas als alles perfect is. Begin waar energie zit. Haal kleine successen. En maak circulariteit steeds normaler.